Sibrandahûs.
De bekende folkgroep Irish Stew heeft in de persoon van Kees Epema een nieuwe bassist.
Epema neemt de plaats in van Wilt Dijk en is nog maar zo kort bij de band, dat hij nog even moet groeien in het repertoire,
dat Johan Juckers(zang, gitaar), Ger Lamerus(zang, gitaar, tin whistle) en Nils Koster(zang,viool, mandoline, gitaar) vloeiend naar voren weten te brengen.
Hij zong dan ook nauwelijks mee tijdens het concert, waarmee zondagmiddag de Kloosterkapelserie in Sibrandahûs van start ging.
Wel kweet hij zich van zijn taak als bassist, al was dat hier en daar toch ook aan de voorzichtige kant.
Irish Stew vertolkte zondagmiddag naast oude en bekende nummers, zoals Queen of Connamara,
The fields of Athenry en Dirty old town, een aantal prachtige nummers van de nieuwste CD ‘Whiskey on a Sunday’.
De titelsong kwam helaas niet helemaal zuiver uit de verf en stak vooral schraal af tegen het meerstemmig a capella
gezongen Old Missus Flipper Flapper, dat eraan voorafging.
Bij dit nummer miste je absoluut de instrumenten niet, die over het algemeen toch zoveel moois toevoegen aan de muziek van de groep.
De instrumentencombinatie, die het vooral goed doet is die van tin whistle, viool, gitaar en contrabas.
Er is in dat geval sprake van de meest sprankelende variatie op de meest constante basis.
Qua zang doen Ger, Johan en Nils weinig voor elkaar onder.
Ze zingen hun solo’s alledrie prima en hun stemmen combineren bovendien uitstekend in de meerstemmige refreinen.
Nils zingt het minst verstaanbaar, maar compenseert dit met de uitleg van de teksten.
De teksten zijn Engelstalig als het om All for me grog, Farewell to Nova Scotia en Leaving of Liverpool gaat en onvervalst
Liwwadders in het geval van Arme ouwe Jantsje. Het werd een meezinger in Sibrandahûs, evenals Slappe Douwe en De oudste stapper fan ‘e stad.
Dat het publiek zich bepaald niet onbetuigd liet, lag voor een groot deel ook aan het ‘schoolmeesterschap’ van Nils,
die in het dagelijks leven muziekdocent op Vlieland is. Hij kreeg zijn ‘leerlingen’ precies daar, waar hij ze wilde hebben.
Met uitzondering van het aanvankelijk in de kapel aanwezige hondje van Ger Lamerus.
Deze Franse musi-chien luisterde telkens ademloos naar de muziek, maar blafte zo vervaarlijk tijdens elk applaus, dat hij tenslotte het veld moest ruimen.
Zijn baasje kreeg hij pas weer te zien na de toegift The wild rover.
RENNIE VEENSTRA |