Interactief concert Jaap Louwes in Sibrandahûs

foto Jaap Louwes 2Voor velen waren de weersomstandigheden zondagmiddag waarschijnlijk te mooi om ruim anderhalf uur te vertoeven in de Kloosterkapel te Sibrandahûs. Voor diegenen echter, die Jaap Louwes hadden verkozen boven het zonnetje, was bovengenoemde kapel het oord van optimale interactie met de betreffende troubadour.

Het publiek voelde er zich door Jaap Louwes persoonlijk gezien en aangesproken en diende op zijn beurt de artiest geregeld van repliek.

Jaap zong en sprak nooit in het luchtledige en daardoor had hij een fijn contact met de mensen, die genoten van zijn repertoire.

Zeer toepasselijk was zijn eerste nummer ‘Simmer yn ‘e kop’, waarin hij als het ware begrip toonde voor alle afwezigen.

Die misten zondagmiddag inderdaad heel veel, zoals ‘De ljochtblauwe reinjas’(Leonard Cohen), ‘Wat deryn sit, moat derút’, de rapversie van ‘De Wâldwei’, ‘De lift’, ‘De memmen by it stek’, ‘Tusken de earen’ en nummers uit de periode van ‘De Fjouwer Fryske trûbadoers’.

Jaap vertelde nauwelijks iets over de inhoud van de teksten, maar leidde zijn nummers telkens bijzonder humoristisch in.

Hoewel niet alles even verstaanbaar was – hij gaf zelf aan, dat hij soms opzettelijk onverstaanbaar spreekt - , was de clou altijd duidelijk. Zelfs de clou, die volgens hem ergens midden in een lied verstopt zat.

Omdat een verkoudheid hem parten speelde, was de troubadour bang, dat zijn stem het op een cruciaal moment zou laten afweten. “Mar”, zo zei hij, “As it misgiet, kinne jim altyd sizze, dat jim derby wiene.”

Louwes’ teksten zijn allemaal in het Wâldfrysk, op in fragment van het Frysk Folksliet na, dat de revue passeerde in ‘In Hollanner yn Fryslân’.

De zanger, die beweerde, dat de meeste liedjes over het algemeen te lang zijn, kwam zelf met liedjes, die nooit langer waren dan de essentie van de tekst gebood.

Hij begeleidde ze met passend gitaarspel, soms aangevuld met bluesachtige mondharmonica-klanken.

Hij bekende, dat hij een einde af en toe moeilijker vindt dan een begin. Desondanks was er bij elk lied een duidelijk slot te bespeuren en als dat niet het geval zou zijn geweest, dan had hij gehoor kunnen geven aan zijn nummer ‘It is nooit te let foar in nij begjin’.

Een mooie filosofie om mee te nemen in het leven. Een leven, waarop gedronken moet worden, aldus het laatste nummer van de troubadour, die ten aanzien van de kloosterkapelconcerten het zomerreces inluidde.

RENNIE VEENSTRA