Fling: muziek voor eigen en andermans genoegen

flingIn een van de verhalen, waarmee Evertjan ’t Hart zondagmiddag in de Kloosterkapel te Sibrandahûs de nummers van de folkgroep ‘Fling’ inleidde, ging het over een violist, die moest kiezen of hij met zijn vioolspel zichzelf dan wel anderen wilde vermaken. ‘Fling’, in 1996 opgericht door ’t Hart, stond gelukkig niet voor een dergelijke keuze en bleek moeiteloos in staat om met een uitgelezen repertoire zowel zichzelf als het publiek muzikaal te kunnen behagen.

De huidige groep bestaat uit slechts vier muzikanten, maar samen bespelen deze meer dan het dubbele aantal instrumenten: viool, fluit, gitaar, uilleann pipes, bodhran, bouzouki en meerdere tinwhistles.

Zangeres Annemarie de Bie neemt de zang voor haar rekening en daarmee bewijst zij de groep een grote dienst. Haar stem kan alle dynamische nuances aan, is loepzuiver en weet teksten bijzonder fraai in te kleuren.

Dat zij zelfs het zingen/huilen van zeehonden kan imiteren, liet ze horen bij het op dit geluid gebaseerde nummer ‘Ballysadare Bay’.

Tekst en klank waren telkens een prachtige eenheid bij de verschillende ballades, zoals ‘The maid of Culmore’ en ‘The withering of the boughs’.

Laatstgenoemd nummer maakte de groep ooit op een tekst van William B. Yeats, een dichter van wie zondagmiddag vaker werk te horen was.

Wist Annemarie bij ‘Where eternity lies’ de beginregels van het couplet even niet te vinden, geen nood, de instrumentalisten vulden de tijd meer dan aangenaam op. Zelfs zo, dat het geheugen van de zangeres er baat bij had.

Behalve Evertjan ’t Hart, die op een gegeven moment een onnavolgbaar mooie Slow Air(‘Blackbird’) speelde op de uilleann pipes, waren Siard de Jong en Philip Masure de muzikanten, die de zang van Annemarie zeer gevarieerd omlijstten.

Van variatie was ook sprake in de snelle instrumentale reels en jigs, al overheerste daar de herhaling van motieven en patronen, waardoor het publiek min of meer gehersenspoeld raakte.

De muzikanten trouwens idem dito. Annemarie, die geregeld ook een fluit of bodhran hanteerde, niet in de laatste plaats. Zij ging totaal op in het repertoire, dat na een goede aankondiging vooraf door haar mimisch voortreffelijk werd uitgebeeld.

Om het publiek veilig thuis te laten komen, besloot de groep om na de laatste roesverwekkende instrumentale set een rustig ritmische ballade als toegift te laten horen.

Een wijs besluit.

RENNIE VEENSTRA