Seunnenga en Seun: ontmoeting van uitersten

Wie zondagmiddag in de Kloosterkapel te Sibrandahûs het optreden van Jankobus Seunnenga zowel voor als na de pauze meemaakte, zal ongetwijfeld versteld hebben gestaan van de haast niet te rijmen uitersten in deze artiest.

Seunnenga begon het eerste deel van het eerste concert van de Kloosterkapelserie onder zijn eigen naam met op muziek gezette gedichten uit zijn nieuwe gedichtenbundel (met cd) ‘Slijp Steen’ en kreeg bij de vertolking daarvan assistentie van Dick Vestdijk (viool) en Joop van der Linden (trombone).

“We moeten goed op elkaar letten, want we spelen vandaag voor het eerst samen”, zei Jankobus, die de meeste zang voor zijn rekening nam en de gitaar hanteerde. Misschien was het als grapje bedoeld, maar het samenspel verliep inderdaad niet altijd zoals het hoorde. Er waren misplaatste dissonanten en soms onzekere momenten.

Het karakter van de meeste nummers was op het klagende af, met een daarbij behorend traag tempo, en het luisteren ernaar was nogal vermoeiend, of het nu over vakantie, een zomeravond, een vluchteling dan wel de liefde ging.

‘Marian’ sprong er wat mij betreft uit. Met name het fraaie refrein bekoorde en daarin waren de muzikanten beslist op hun best.

Na de pauze stond Seunnenga als Seun op het podium en werd hij geflankeerd door de muzikanten Julian Dijkstra (gitaar, banjo, zang) en Sander Veldman (cajón).

Als ‘Deun van Seun’ maakten ze er gedrieën, maar vaak ook met trombonist Joop van der Linden erbij, een waar muziekfeest van, compleet met lalala-gezang, gejodel en gefluit.

In rap tempo en met veel vrolijkheid en schwung trakteerden ze het publiek op nummers als ‘Zoek de zon op’, ‘Vaar je mee op de Waddenzee’, ‘Gib mir den Wodka, Anuschka’, ‘Holderdebolder, we hebben een koe op zolder’, Herman moest naar Brada’ en ‘Madammen met een bontjas’.

Stuk voor stuk nummers om bijna niet stil bij te kunnen blijven zitten. Wat een verschil met het luisterprogramma van voor de pauze!

De banjo, bij toerbeurt bespeeld door Julian en Jankobus, deed wonderen bij deze muziek en de gelegenheidstrombonist speelde alsof hij nooit anders had gedaan.

In de refreinen hielp het publiek een handje, maar omdat er maar een handjevol publiek aanwezig was, konden de muzikanten in dit geval geen woorden of zinnen aan anderen overlaten.

Geen probleem, ze kweten zich hoor- en zichtbaar vol enthousiasme en energie van hun muzikale taak.

RENNIE VEENSTRA

 

 

Shopping Basket